De 3F-rekentoets

"De rekentoets 3F is onderdeel van het centraal examen"

Stof

  • Rekentoetswijzer 3F 2015


Afnameperiodes

Algemeen

De rekentoets wordt digitaal aangeboden en is geheel computerscoorbaar. Het taalgebruik dat gehanteerd wordt voor de vragen uit de rekentoets is afgestemd op de groep leerlingen voor wie de toets bestemd is. Minder gangbare begrippen kunnen worden verduidelijkt in woorden dan wel met geschikt beeldmateriaal.

Voorkennis (30%)

Ongeveer 30% van de vragen bestaat uit rekenvragen waar basistechnieken gebruikt moeten worden. Bij het beantwoorden van deze vragen  is het gebruik van een rekenmachine niet toegestaan.

Functioneel gebruiken van de rekenvaardigheden

De overige vragen in de toets zijn vragen binnen een bepaalde situatie. Hier spelen domeinoverstijgende vaardigheden een grote rol. Je moet zelf beslissen of je de rekenmachine gebruikt of niet. Relevante gegevens indentificeren, gegeven in beeld brengen (tekening, tabel, grafiek, rekenmodel), toepassen van rekenvaardigheden, interpreteren van de situatie. Er zijn vaak meerdere denk- en rekenstappen noodzakelijk.

Toegestane hulpmiddelen

  • Leerlingen mogen tijdens de gehele toets een kladblaadje en pen/potlood gebruiken. Het gebruikte kladpapier moet na afloop van de toets ingeleverd worden.
  • Een (eigen) rekenmachine mag niet gebruikt worden. Voor het deel van de vragen waarbij het gebruik van een rekenmachine is toegestaan zal een (eenvoudige) digitale rekenmachine beschikbaar zijn. Deze rekenmachine is uitgerust met de standaardbewerkingsfuncties optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en worteltrekken.

Verdeling over de domeinen

  • Getallen 30%
  • Verhoudingen 30%
  • Meten/meetkunde 20% (meer meten dan meetkunde)
  • Verbanden 20% (meer aandacht voor aflezen en interpreteren van grafieken en tabellen dan voor formules)

Contextloze opgaven

De contextloze opgaven dienen zonder gebruik van een rekenmachine te worden beantwoord.

  • hoofdbewerkingen op papier of uit het hoofd uitvoeren met positieve gehele getallen en decimale getallen met mogelijk een negatieve uitkomst
  • een getal afronden op een gegeven aantal decimalen
  • berekeningen met en zonder haakjes in de juiste volgorde uitvoeren
  • een positief getal bij een negatief getal optellen en van een negatief getal aftrekken
  • gehele getallen en decimale getallen ordenen en op een getallenlijn plaatsen
  • eenvoudige breuken omzetten in decimale getallen
  • rekenen met eenvoudige percentages
  • bewerkingen met eenvoudige breuken uitvoeren

De berekeningen die nodig zijn voor dit type opgaven kunnen veelal uitgevoerd worden door toepassing van een 'handig rekenen'-strategie. Toepassing van een cijferprocedure is mogelijk, maar meestal niet noodzakelijk.

Contextopgaven

Een vraag die binnen een bepaalde situatie gesteld wordt is niet altijd een vraag waarbij gerekend wordt. Het gaat ook om het interpreteren van gegevens uit tabellen, grafieken en diagrammen, interpretatie van getallen, redeneren, maateenheden gebruiken.

Toelichting per domein

Getallen
Verstand hebben van getallen en ermee kunnen werken is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen functioneren in de maatschappij en in de meeste beroepen.

Verhoudingen
Veel toepassingsproblemen uit beroep en maatschappij hebben betrekking op het domein verhoudingen. Hierbij hoort ook het werken met procenten en het gebruiken van de samenhang tussen verhoudingen, procenten en breuken.

Meten/Meetkunde
Dit domein kent twee onderscheiden subdomeinen: Meten en meetkunde. In functionele situaties in maatschappij en beroep zijn vaardigheden uit dit domein van groot belang.

Verbanden
Dit domein gaat over het omgaan met tabellen, grafieken, formules en vuistregels waarin patronen of verbanden zijn weergegeven. In het dagelijks leven, in beroepssituaties en in de media komen met name tabellen en grafieken veelvuldig voor.

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 | rekentoets vo 2015 | juli 2014

©2004-2020 Wiskundeleraar - login