H7: ongelijkheden en parabolen

  • Ik ben bekend met de intervalnotatie, zoals ‘3 < x < 5’ of ‘x < 3 of­ x > 3’.
  • Ik kan ongelijkheden oplossen van de vorm f(x) < 0:
    • Los f(x) = 0 op
    • Schets de grafiek
    • Lees het antwoord af en geef het antwoord in de intervalnotatie
  • Ik ken de ABC-formule en ik weet wat de betekenis is van de discriminant.
  • Bij f(x) = ax2 + bx + c kan ik de snijpunten met de x-as uitrekenen en de coördinaten van de top berekenen.
  • Ik ken de topformule f(x) = a(x $-$ p)2 + q en weet hoe je dan de coördinaten van de top (p, q) aflezen. Ik weet wanneer ik te maken heb met een dal- of bergparabool en kan de grafiek schetsen.
  • Als je wiskunde B gaat doen dan kan je ook werken met functies met een parameter en top uitdrukken in een parameter en allerlei andere leuke vragen beantwoorden.
  • In hoofdstuk 3 heb je al geleerd hoe je (op verschillende manieren) kwadratische vergelijkingen kunt oplossen:
    • Haakjes wegwerken indien nodig
    • Breuken wegwerken
    • Op nul herleiden
  • Ontbinden in factoren (‘x’ buiten haakjes halen of de product-som-methode) of de ABC-formule.


Algemene tips

  • In dit hoofdstuk moet je veel tweedegraadsvergelijkingen oplossen. De ABC-formule werkt natuurlijk altijd, maar dat is soms niet handig. Je maakt snel rekenfouten. Ontbinden in factoren (‘x’ buiten haakjes halen of de product-som-methode) werkt soms echt beter. Er zijn ook opgaven waarbij je niet de ABC-formule mag gebruiken.
  • Op wiskundeleraar.nl kan je bij 3B samenvattingen vinden van hoofdstuk 3 (voorkennis) en hoofdstuk 7. Er zijn ook voorbeelden en oefenopgaven.
  • Werk zorgvuldig, schrijf alle berekeningen op en vergeet niet antwoord te geven op de vraag. Als er staat ‘bereken de hoogte van de toren’ dan zal er in het antwoord ergens moeten staan ‘de hoogte van de toren is…’.
  • Rond niet te grof of te snel af. Als het antwoord gevraagd wordt in 2 decimalen dan moet je tussenantwoorden minimaal op 3 decimalen afronden. Anders kunnen er vreemde dingen gebeuren.
  • Denk bij b2 - 4ac aan haakjes als b negatief is. Schrijf niet -22 als je (-2)2 bedoelt.
  • Niet vergeten… dat ‘min keer min’ nog altijd ‘plus’ is.


Website

©2004-2020 W.v.Ravenstein