Docent doorsnee

23 maart 2002

Een glas wijn, de poes op schoot en bladerend door de campinggids van Frankrijk. Naast de luie stoel ligt de Volkskrant, een flinke stapel literatuur en thrillers, een regionale krant en Vrij Nederland. Dat de Nederlandse leraar een linksig typ is, was al te zien aan het stemgedrag in deel één van de AOb-panelenquête (HOb 4). Nu een kijkje in het privé-leven. Zo is onderwijspersoneel bijzonder maatschappelijk betrokken. Panelleden zijn relatief vaak lid van een politieke partij en dragen fors bij aan goede doelen als Novib en Natuurmonumenten.

Docent Doorsnee, daar wilde Het Onderwijsblad graag een beeld van krijgen. Wat leest het onderwijspersoneel, wat drinken ze het liefst, hebben ze huisdieren of leggen zij zich toe op het verzamelen van antiek of Tonka-auto's uit de jaren vijftig (één treffer)? In de panelenquête, die de AOb laat uitvoeren door het ITS in Nijmegen, was daarom een reeks vragen opgenomen over het privé-leven van het onderwijspersoneel. Lang niet iedereen wilde zich daarover laten bevragen. Van de bijna 700 panelleden haakte een groot deel af bij de vragen over het leesgedrag of de vakantiebestemming. Maar met een steekproef van 350 bleven er nog genoeg over om een representatief beeld te krijgen.

Politiek
Opvallend is de enorme maatschappelijke betrokkenheid van het onderwijspersoneel. In het panel geeft maar liefst 11 procent aan dat zij plaatselijk of landelijk actief zijn bij een politieke partij. Onder de totale Nederlandse bevolking ligt het lidmaatschap van een politieke partij met 2,5 procent meer dan vier keer lager. De grote betrokkenheid blijkt ook uit de massale deelname aan stichtingen en verenigingen voor 'goede doelen'. Gemiddeld is een leraar of oop'er lid van drie organisaties op het gebied van milieu of maatschappij. Er zijn er die niet eens meer melden waarvan en simpelweg opschrijven 'meer dan tien'. De lidmaatschapspercentages liggen vele malen hoger dan onder de totale Nederlandse bevolking.
Het populairst zijn de milieu-organisaties Natuurmonumenten (51%) en Greenpeace (47%). Als goede derde en vierde volgen Amnesty International (34%) en de Novib (27%). Leraren zijn vaker lid van het wat activistischer Artsen zonder grenzen (26%) dan het gouvernementelere Rode Kruis (23%). Bij de mogelijkheid om ook andere organisaties in te vullen, kwamen de geënquêteerden ruimte tekort om alle aanvullingen in te typen. Het Aids-fonds, de Hartstichting, de Dierenbescherming, het Wereld Natuur Fonds en het Koningin Wilhelmina Fonds werden talloze keren genoemd.

Los van dit soort organisaties is ook nog eens de helft van het AOb-panel plaatselijk actief in het verenigingsleven (Nederlanders, afhankelijk van het soort vereniging, 10 tot 35 procent). Het beeld dat zo ontstaat van de gemiddelde werknemer in het onderwijs is dat van een passief en actief maatschappelijk zeer betrokken mens. Dat lijkt een goed uitgangspunt voor diegenen die dagelijks bezig zijn met het opvoeden en onderwijzen van de jeugd.

Het goede leven
Maar het onderwijspersoneel houdt ook duidelijk van het goede leven. Ze gaan vaker dan gemiddeld met vakantie. Het AOb-panel geeft aan dat zij gemiddeld 2,1 maal per jaar een langere vakantie nemen van meer dan een weekendje uit. Bij de Nederlandse bevolking ligt het gemiddelde op 1,7 vakanties. Eén op de acht gaat er vier tot tien keer op uit.

De topdrie van vakantiebestemmingen ziet er ook wat anders uit, het buitenland is vaker een bestemming dan een vakantie in eigen land. Op nummer één bij het AOb-panel staat Frankrijk, twee Nederland en op een gedeelde derde plaats Spanje en Italië. De topdrie onder de Nederlandse bevolking: Nederland, Duitsland en Frankrijk. En dan zijn er nog massa's leraren die kiezen voor exotische bestemmingen als China, Australië, IJsland of 'steeds wat anders'. De tent is het meest gebruikelijke vakantieverblijf (30%), gevolgd door een huisje (20%) of een hotel (18%).

Leraren nippen graag aan een goed glas wijn, zo onthult de panelenquête. Maar liefst 38 procent noemt dat als favoriete drank. Op de voet gevolgd door de non-alcoholica. Frisdranken/vruchtensappen scoren 23 procent, water/spa nog eens 12 procent. Bier zit laag met 18 procent, net als de borreltjes (8%). Terwijl in het persoonlijke deel van de enquête mannen en vrouwen zich nauwelijks van elkaar onderscheiden, gebeurt dat wel bij het drankgebruik. Vrouwen noemen alcoholische dranken veel minder vaak als favoriet dan mannen en zijn sterker vertegenwoordigd onder de wijndrinkers.

Ongeveer de helft van de AOb-leden heeft een huisdier, waarbij de poes veruit favoriet is (57%). Daarnaast zijn er leden die er bijna een hele dierentuin op nahouden: er lopen heel wat kippen, konijnen en geiten rond op het erf van leraren.

In de enquête werd ook gevraagd naar het verzamelgedrag. Dat is geen populaire bezigheid bij onderwijzend Nederland, maar levert wel onverwachte bezigheden op. Terwijl de een zich toelegt op 'klassieke software', zoekt de ander ansichtkaarten van katten, speurt een derde naar oud lesmateriaal of Tonka-modelauto's uit de jaren vijftig. Het overgrote deel van de verzamelaars geeft aan boeken te verzamelen.

Veellezers
Het AOb-panel bestaat namelijk uit veellezers. Er wordt een enorme hoeveelheid kranten, weekbladen en boeken weggewerkt. Als het om de dagbladen gaat, kiest docent Doorsnee voor kwaliteit. De grootste kranten van Nederland - Telegraaf en Algemeen Dagblad - zijn juist bij mensen in het onderwijs niet erg populair en worden door minder dan een op de acht gelezen. Onderwijspersoneel leest regelmatig meerdere dagbladen. Op nummer één staat, zoals verwacht, met 55 procent de Volkskrant. Verrassend is wel dat heel kort daarna de regionale krant prijkt (46%). Vooral in het basisonderwijs is de regionale krant populair en streeft deze zelfs de Volkskrant voorbij. NRC Handelsblad doet het met 28 procent ook goed, al ligt de leesfrequentie daarvan op ongeveer de helft van de Volkskrant. In het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs haalt NRC Handelsblad hogere scores.

Onder de weekbladen is Vrij Nederland met 51 procent de topper. Daarna volgen Elsevier en HP/De Tijd met elk 28 procent. Als andere opiniebladen die op de leestafel van de leraren belanden, worden vaak Opzij, Newsweek en Het Onderwijsblad genoemd.

Bij de boeken is Nederlandse literatuur veruit favoriet met een score van 37 procent, gevolgd door buitenlandse literatuur (25%) en thrillers (20%). Als favoriete auteurs volgt een bonte lijst, waarin A.F.Th. van der Heijden, Harry Mulisch, Connie Palmen, Isabel Allende, John Grisham, John Irving en het thrillerduo Nicci French opvallend vaak genoemd worden. Klassiekers als Hermans, Reve en Vestdijk ontbreken in de toptwintig.

Aan de eerste enquête onder het AOb-panel deden 667 mensen mee. Zij werden ondervraagd over hun politieke voorkeur, werk, mening over de AOb en een reeks persoonlijke items. De technische uitvoering was in handen van Nico van Kessel en Huub Braam van het ITS in Nijmegen.
Ten opzichte van het ledenbestand waren leden uit het voortgezet onderwijs en mannen enigszins oververtegenwoordigd. Verder waren alle soorten werkenden in het onderwijs in deze steekproef aanwezig: leraren, oop'ers en directieleden. De uitslagen geven dan ook een betrouwbaar beeld van de mening van AOb-leden.

Het AOb-panel is nog steeds in opbouw en zal in de toekomst vaker worden geraadpleegd. Om een zo representatief mogelijk beeld te kunnen krijgen en om ook specifieke doelgroepen (po, vo, bve, hbo) te kunnen benaderen is een groter panel absoluut noodzakelijk.

© 2009 het Onderwijsblad | Alle rechten voorbehouden

© 2024 Wiskundeleraar.nl