|
Gelijkvormige driehoeken Bij het aantonen dat twee driehoeken gelijkvormig zijn noteer je het gelijkvormigheidskenmerk. Er zijn 4 gelijkvormigheidskenmerken. Je noteert ze met kleine letters. |
Congruente driehoeken Bij het aantonen dat twee driehoeken congruent zijn noteer je het congruentiekenmerk. Er zijn 5 congruentiekenmerken. Je noteert ze met hoofdletters. |
|
Twee driehoeken zijn gelijkvormig als ze gelijk hebben:
|
Twee driehoeken zijn congruent als ze gelijk hebben:
|
![]() |
Met de gelijkvormigheidskenmerken en de congruentiekenmerken zijn veel eigenschappen van de gelijkbenige driehoek, de gelijkzijdige driehoek, het parallellogram, de ruit en de rechthoek bewezen.
|