Karakteristieke eigenschappen

Er veel verschillende soorten functies:

Deze functies hebben karakteristieke eigenschappen: toppen, asymptoten, eindpunten, etc. Als je de grafiek van zo'n functie ziet kun je hem vaak gemakkelijk op grond van deze eigenschappen herkennen. Je kent al een aantal standaardfuncties waarvan je de karakteristieke eigenschappen kent. Veel grafieken zijn transformaties van die standaardgrafieken. Met behulp van die karakteristieke eigenschappen kan je bij gegeven grafieken het functievoorschrift opstellen.


Opdracht

Vraag 1


Een formule opstellen bij een sinusfunctie

q74629img1.gif


Voorbeeld

q131img8.gif

Kijk eerst naar het hoogste en laagste punt. Je weet dan de evenwichtsstand en de amplitude:

q132img1.gif
We zien: A=1,5 en c=2

Kijk dan naar de periode en t0:

q132img2.gif

We zien T=3 en t0=2. De formule wordt:

Vraag 2

q131img9.gif

Vraag 3