Tips en truuks - opgaven

Opgave 0.

Los op:

Opgave 1.

Vul in:

Opgave 2.

Opgave 3.

Opgave 4.

Opgave 5.

q14177img1.gif

Het koken van 4 eieren duurt 6 minuten.

Opgave 6.

Opgave 7.

Het leger van koning Willem I bestaat uit ridders te paard en strijders te voet. Er zijn 100 man en 316 benen.

Opgave 8.

Opgave 9.

Gegeven: $
\cos \left( {2\pi t} \right) = \cos \left( {\frac{1}
{6}\pi t} \right)
$

Opgave A1.

Twaalf vrienden trekken er een dagje op uit met de wagen. Er zijn 3 wagens beschikbaar.

Opgave A2.

Een groep van 24 studenten moet verdeeld worden in 3 even grote quizploegen.
Op hoeveel manieren kan dit als:

Opgave B.

Opgave C.

Los op met ontbinden in factoren:

Opgave D.

Gegeven een kegel. De diameter van het grondvlak is 12 en de hoogte is 8. In de kegel past precies een bol.

 

Opgave E.

Hier zie je aantal verschillende soorten verpakkingen.

Zoek op Internet naar een formule voor de effectiviteit van verpakkingen.

Bepaal van minimaal 5 verschillende soorten verpakkingen wat de 'effectiviteit' is.


q7446img1.gif

Opgave F.

De wortelfunctie $f$ heeft als startpunt $(-2,-2)$ en gaat door het punt $(6,6)$.

Opgave G.

Gegeven $f(x)= \ln(x^2-6x) - \ln(x)$

Opgave H.

Gegeven is de parabool $y^2-4y-6x-20=0$

Opgave I.

We nemen 5 letters A, B, C, D en E. We gaan hiermee 'woorden' maken. Letters mogen meerdere keren gebruikt worden. Er zijn echter wel een aantal beperkingen:

  1. We gaan eerst kijken naar woorden van 2 letters.
    Waarom is AA geen goed woord?
    Hoeveel verschillende woorden van 2 letters kun je maken?
  2. We kijken naar woorden van 3 letters.
    Is het woord EDE een goed woord?
    Is BED een goed woord?
    Hoeveel woorden van 3 letters kun je maken die beginnen met A?
    Hoeveel woorden van 3 letters kun je maken?
  3. We kijken naar woorden van 4 letters.
    Hoeveel woorden van 4 letters kun je maken met als eerste en laatste letter een C?
    Hoeveel woorden van 4 letters kun je maken?
  4. We kijken naar woorden van 5 letters.
    Hoeveel woorden van 5 letters kan je maken die met dezelfde letter beginnen en eindigen?
Opgave J.

Jan en Piet willen elkaar morgen tussen 11.00 en 12.00 uur treffen op het station. Ze spreken af dat ze een kwartier op elkaar zullen wachten en dan weer vertrekken.

Opgave K.

q14228img1.gif

Dit object bestaat uit een kegel, cilinder en een halve bol.

Opgave L.

Iemand heeft een rechthoekig stuk zink, 80 cm breed. Hij wil daarvan een goot maken met rechthoekige doorsnede.

q14229img3.gif

Opgave M.

Toon aan:

$
\left( {\begin{array}{*{20}c}
   {n + 2}  \\
   k  \\
\end{array}} \right) = \left( {\begin{array}{*{20}c}
   n  \\
   k  \\
\end{array}} \right) + 2 \cdot \left( {\begin{array}{*{20}c}
   n  \\
   {k - 1}  \\
\end{array}} \right) + \left( {\begin{array}{*{20}c}
   n  \\
   {k - 2}  \\
\end{array}} \right)
$

Opgave N.

Nora vertrekt om 8 uur en legt gemiddeld 12 km/uur af. Hans vertrekt om 10 uur en fietst Nora achterna met een gemiddelde snelheid van 18 km/uur.

Ik weet dat, als ik een stelsel maak met 2 vergelijkingen ik het snijpunt kan vinden, dat is de plaats waar ze elkaar ontmoeten.

Ik weet de keuze van mijn onbekende zelfs niet...

Opgave O.

Gegeven een frequentietabel met 85 waarden.

q14247img1.gif

Opgave P.

Hoe kan je deze wortels in de standaardvorm zetten?

  1. $
    \eqalign{\left( {\frac{{\sqrt 3 }}{2}} \right)^3}
    $
  2. $\eqalign{
    \left( {\sqrt {\frac{4}
    {3}} } \right)^5
    }$
  3. $\eqalign{
    \left( {\sqrt {\frac{3}
    {2}} } \right)^3
    }$
  4. $\eqalign{
    \left( {\frac{{2\sqrt 3 }}
    {{\sqrt 2 }}} \right)^4
    }$

Opgave Q.


q14424img1.gifMet behulp van een frame van uitschuifbare tentstokken AE en BF en een rechthoekig zeil van 5 bij 10 meter wordt tegen een schutting een opslagruimte gemaakt in de vorm van een recht prisma AEHD.BFGC.

De grensvlakken AEHD en BFGC blijven open en hebben elk de vorm van een trapezium met rechte hoeken in A, D, B en C.

De breedte AD van de opslagruimte is 3 meter. Het zeil wordt met de lange kant van 10 meter op de grond bevestigd langs AB.

Het zeil wordt over de stok EF strak gespannen naar de schutting waar het zo hoog mogelijk wordt bevestigd. In de figuur is dat langs HG.

De korte kant van het zeil valt langs AE en EH. AE + EH = 5 meter. Doordat AE (= BF) variabel is, zal de hoogte van HG ook variabel zijn. De inhoud V van het prisma AEHD.BFGC hangt af van de lengte h van AE.

Opgave R.

q14442img1.gif

In een vaas zitten 8 witte, 4 blauwe en 2 rode ballen. We trekken steeds drie ballen uit de vaas zonder terugleggen.

Opgave S.

Martin wil een groepsfoto maken van een groep van zeven personen. De personen staan willekeurig op een rij. Harry en Tjitske zijn groepsleden.

EINDE