B. Wat is relatief?

B. Wat is relatief? 

Opdracht 1

Het gaat er om waar de 3% van genomen is. Als het percentage werklozen ten opzichte van de totale beroepsbevolking eerst 20% is en daarna 17% dan kun je spreken van een afname van 3%. Als de beroepsbevolking toeneemt kan het absoluut aantal werklozen toch gestegen zijn.

Voorbeeld: In een dorp wonen 100 mensen, 20 mensen zijn werkloos. Een jaar later wonen er in het dorp 200 mensen. Er zijn 34 mensen werkloos.

Opdracht 2

"Pietersen krijgt de meeste opslag maar verdiende al fors meer. Daarom zullen de nieuwe consumptieve mogelijkheden van Pietersen niet voor grote veranderingen in de levensstijl zorgen. Jansen, die gewend is op de kleintjes te letten, kan zich nu uitspattingen veroorloven die voorheen niet verantwoord waren. De meeste lezers zullen dus wel verwachten, dat de blijdschap van Jansen groter is dan die van Pietersen."
bron

Opdracht 3

Als in heel Nederland er eerst 10 studenten kozen voor een technische opleiding en een jaar later 11 studenten dan is het aantal met 10% toegenomen. Dat is mooi, maar dat is dan wel een heel klein aantal...:-)