voorkennis breuken en combinaties

Het vermenigvuldigen van breuken

Algemeen: $\large\frac{A}{B} \times \frac{C}{D} = \frac{{AC}}{{BD}}$ en $A \times \frac{B}{C} = \frac{{AB}}{C}$

$
\large\begin{array}{l}
 \frac{2}{3} \cdot \frac{4}{7} = \frac{8}{{21}} \\
 \frac{2}{a} \cdot \frac{3}{b} = \frac{6}{{ab}} \\
 \end{array}
$

Het optellen van breuken

Algemeen: $
\large\frac{A}{B} + \frac{C}{B} = \frac{{A + C}}{B}
$

$
\large\begin{array}{l}
 \frac{{3q}}{p} + \frac{q}{p} = \frac{{4q}}{p} \\
 \frac{a}{3} + \frac{{3a}}{3} = \frac{{4a}}{3} \\
 \end{array}
$

Combinaties en permutaties

  • Als je 4 dingen kiest uit 10 en de volgorde daarbij is van belang dan heb je te maken met permutaties.
  • Als je 4 dingen kiest uit 10 en de volgorde is daarbij niet van belang dan heb je te maken met combinaties.

Met je GR gebruik je daarvoor de knopjes nPr of nCr.

©2004-2020 Wiskundeleraar - login