Actueel
Archief
Culinair
Didactiek
Documentatie
Etalage
Formules
Fotoboeken
Functies
Geschiedenis
ICT
ICTauteur
Laatste nieuws
Lesmateriaal
Muziek
Natuur
Onderwijs
Ontspanning
Persoonlijk
Probleemaanpak
Proeftuin
Puzzels
Rekenen
Rekenmachines
Ruimtemeetkunde
Schoolwiskunde
Snippers
Systeem
Taal van de wiskunde
Vergelijkingen
Verhalen
WisFaq
WisKast




1. Hoeken, lijnen en afstanden


Hoeken
  • Een gestrekte hoek is een hoek waarvan de benen in het verlengde van elkaar liggen. (definitie gestrekte hoek)
  • De grootte van een gestrekte hoek is 180°. (grootte gestrekte hoek)
  • Een rechte hoek is de helft van een gestrekte hoek. (definitie rechte hoek)
  • De grootte van een rechte hoek is 90°. (grootte rechte hoek)

Hoeken en lijnen
  • De overstaande hoeken bij twee snijdende lijnen zijn even groot. (stelling overstaande hoeken)
  • Als twee evenwijdige lijnen gesneden worden door een derde lijn, dan zijn F-hoeken even groot en Z-hoeken even groot. (stelling F-hoeken, stelling Z-hoeken)
  • Als er bij twee lijnen die gesneden worden door een derde lijn een paar even grote F-hoeken of Z-hoeken optreedt, dan zijn die twee lijnen evenwijdig. (stelling F-hoeken, stelling Z-hoeken)

Afstanden
  • De afstand (kortste verbinding) van een punt tot een lijn is de lengte van het loodlijnstuk neergelaten vanuit dat punt op die lijn. (definitie afstand punt tot lijn)
  • Als drie punten A, B en C niet op één lijn liggen, dan geldt: AB + BC > AC. (stelling driehoeksongelijkheid)

©2004-2024 W.v.Ravenstein