Zelf vergelijkingen bedenken

Opgave 1

Van een rechthoekig terrein is de lengte 5 meter meer dan de breedte. De oppervlakte is 150 m2.

  • Bereken de afmetingen van het terrein.

Opgave 2

Van een rechthoekig terrein is de omtrek gelijk aan 120 m. De lengte is twee keer zo groot als de breedte.

  • Bereken de afmetingen van het terrein.

Opgave 3

Neem 's aan dat je 200 m prikkeldraad hebt.

  • Wat is de oppervlakte van het grootst mogelijke terrein dat je daarmee kan afzetten!?

Opgave 4

Hieronder zie je het trapezium ABCD met twee rechte hoeken.

q6933img1.gif

  • Geef een formule voor de oppervlakte van ABCD.
  • Wat is x als de oppervlakte gelijk is aan 30.

Opgave 5

Hieronder zie je het trapezium ABCD nog een keer.

q6933img1.gif

  • Geef een formule voor de omtrek van ABCD.
  • Wat is x als de omtrek gelijk is aan 20?

Opgave 6

Drie zijden van een gelijkbenig trapezium zijn 10 cm lang.

q6933img3.gif

  • Geef een formule voor de oppervlakte van het trapezium, uitgedruk in x.

Opgave 7

In een balk ABCD.EFGH is de lengte twee keer zo groot als de breedte. De hoogte is drie keer zo groot als de breedte.

  • Noem de breedte 'x' en druk de lengte van de lichaamsdiagonaal AG uit in 'x'.
  • Neem aan dat AG=$\sqrt{42}$
    Bereken de afmetingen van de balk.

q6933img4.gif


©2004-2022 W.v.Ravenstein