4. Verbanden

Dit domein gaat over het omgaan met tabellen, grafieken, formules en vuistregels waarin patronen of verbanden zijn weergegeven. In het dagelijks leven, in beroepssituaties en in de media komen met name tabellen en grafieken veelvuldig voor. Dat geldt in mindere mate voor vuistregels en (woord)formules. Formules, genoteerd met ‘letters’ (variabelen zoals x en y) komen in alledaagse situaties nauwelijks voor.

De kandidaat kan numerieke informatie uit diverse soorten tabellen, diagrammen en grafieken analyseren, interpreteren en gebruiken; de kandidaat begrijpt vuistregels en alledaagse formules horend bij specifieke situaties en kan er eenvoudige berekeningen mee uitvoeren.

De kandidaat kan hierbij:

  • gegevens overzichtelijk in een tabel weergeven
  • een regelmaat in een tabel herkennen en beschrijven in woorden of een (woord)formule
  • op een kritische manier diverse soorten diagrammen en grafieken lezen en interpreteren, eventueel misleidende informatie herkennen
  • betekenis beschrijven van variabelen in een (woord)formule
  • waarden in een formule of vuistregel, in een betekenisvolle situatie, invullen en de waarde van de ontbrekende variabele berekenen
  • de bewerkingen die voorkomen bij het rekenen met vuistregels en formules zijn de standaardbewerkingen (+ , - , ×, : en eenvoudige machten en wortels)
  • In situaties numerieke informatie uit diverse schema's, tabellen, diagrammen en grafieken combineren
  • Uit het verloop, de vorm en de plaats van de punten in een grafiek conclusies trekken (over de bijbehorende situatie) en dat verloop kunnen beschrijven

Opmerkingen

  1. Bij het invullen van waarden in een formule is ook begrepen het 'terugrekenen' van een formule, alleen wanneer er geen hogere machten dan twee en/of tweede machts wortels in de formule voor komen.
  2. Een lineair of een exponentieel verband herkennen aan zijn formule en de vorm van zijn grafiek noemen zal niet gevraagd worden binnen de rekentoetsen.

©2004-2020 W.v.Ravenstein