3.1.2 Contexten

Heeft en gebruikt kennis van de rol, functie en zin van contexten (instap, model, toepassing)
  1. Neem een schoolmethode; ga op zoek naar contexten. Probeer van elke soort (aanleer- motivatie-, toepassingscontext) een voorbeeld te vinden.

  2. Analyseer in drie schoolmethoden het optellen en het aftrekken van negatieve getallen (met name -3 - - 5= ..) met betrekking tot de fasering concreet-schematisch-abstract. Geef criteria voor deze fasering en beoordeel de methoden daarop.
    Uit 1.7: Het leren van wiskunde

©2004-2022 W.v.Ravenstein